Vertaling van verbonden

Inhoud:

Nederlands
Engels
verbonden {bn.}
coupled
joined
linked
verbonden {bn.}
dolled up
dressed
dressed to kill
dressed to the nines
dressed-up
spiffed up
spruced up
togged up
combineren, samenvoegen, verbinden {ww.}
to amalgamate
to combine

wij verbonden
jullie verbonden
zij verbonden

we amalgamated
you amalgamated
they amalgamated
» meer vervoegingen van to amalgamate

aansluiten, binden, vastbinden, vastmaken, verbinden {ww.}
to bind 
to connect 
to join 
to tie 
to tie up
to associate 
to fasten
to link 

wij verbonden
jullie verbonden
zij verbonden

we bound
you bound
they bound
» meer vervoegingen van to bind

verbinden {ww.}
to joint 

wij verbonden
jullie verbonden
zij verbonden

we jointed
you jointed
they jointed
» meer vervoegingen van to joint

associëren, verbinden {ww.}
to associate 

wij verbonden
jullie verbonden
zij verbonden

we associated
you associated
they associated
» meer vervoegingen van to associate

We associëren zwart vaak met de dood.
We often associate black with death.
verbinden, zwachtelen, inzwachtelen, omzwachtelen {ww.}
to bandage

wij verbonden
jullie verbonden
zij verbonden

we bandaged
you bandaged
they bandaged
» meer vervoegingen van to bandage

aansluiten, verbinden {ww.}
to assemble 
to connect up
to plug in
to connect 

wij verbonden
jullie verbonden
zij verbonden

we assembled
you assembled
they assembled
» meer vervoegingen van to assemble

aan elkaar vastmaken, verbinden {ww.}
to liaise
to join 
to interconnect
to connect 

wij verbonden
jullie verbonden
zij verbonden

we joined
you joined
they joined
» meer vervoegingen van to join

bijeenbinden, samenbinden, verbinden {ww.}
to connect 
to join 

wij verbonden
jullie verbonden
zij verbonden

we connected
you connected
they connected
» meer vervoegingen van to connect

tot een alliantie smeden, verbinden {ww.}
to align
to ally

wij verbonden
jullie verbonden
zij verbonden

we aligned
you aligned
they aligned
» meer vervoegingen van to align

bond [m], liga, verbond (mv. verbonden), link {zn.}
connection 
league
bond 
link 
linkage
verbond (mv. verbonden) {zn.}
covenant
interconnection
liaison 
alliantie [v], bondgenootschap [o], verbond (mv. verbonden) {zn.}
alliance
covenant
wilsbeschikking [v], testament, uiterste wil, verbond (mv. verbonden) {zn.}
testament 
will 
obligaat, verplicht, verbonden {bn.}
bound
geallieerd, verbonden {bn.}
allied
verbond [o] (het ~), liga [m] (de ~), unie [v] (de ~) {zn.}
league
verbond [o] (het ~) {zn.}
union
trades union
labor union
trade union
brotherhood

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

De gebeurtenissen waren nauw met elkaar verbonden.

The events were closely linked.

Tatoeba is echt veeltalig. Alle talen zijn met elkaar verbonden.

Tatoeba is really multilingual. All the languages are interconnected.