Vertaling van waarderen

Inhoud:

Nederlands
Engels
waarderen {ww.}
to value

wij waarderen
jullie waarderen
zij waarderen

we value
you value
they value
» meer vervoegingen van to value

appreciëren, waarderen {ww.}
to appreciate 
to appraise
to value 

wij waarderen
jullie waarderen
zij waarderen

we appreciate
you appreciate
they appreciate
» meer vervoegingen van to appreciate

Hij kon de grap van de arrogante meisjes niet waarderen, dus nam hij wraak.
He couldn't appreciate the joke of the arrogant girls, so he took revenge.
waarderen, appreciëren {ww.}
to value
to respect
to prise
to prize
to esteem

wij waarderen
jullie waarderen
zij waarderen

we value
you value
they value
» meer vervoegingen van to value

hechten aan, houden van, mogen, waarderen {ww.}
to like 
to love 
to enjoy 
to appreciate 
to have a high regard for
to think well of
to prize 
to think highly of
to fancy 

wij waarderen
jullie waarderen
zij waarderen

we like
you like
they like
» meer vervoegingen van to like

Mensen houden van vrijheid.
People love freedom.
Wij houden van onze kinderen.
We love our children.
begroten, schatten, taxeren, waarderen {ww.}
to judge 
to value 
to evaluate
to gauge 
to assess 
to assay
to rate 
to estimate 
to appraise

wij waarderen
jullie waarderen
zij waarderen

we judge
you judge
they judge
» meer vervoegingen van to judge


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Hij kon de grap van de arrogante meisjes niet waarderen, dus nam hij wraak.

He couldn't appreciate the joke of the arrogant girls, so he took revenge.

Het is noodzakelijk om met drie te zijn om een goed verhaal te waarderen: één om het goed te vertellen, één om ervan te genieten en één om er niets van te begrijpen. Omdat het plezier van de twee eersten verdubbeld wordt door het onbegrip van de derde.

It's necessary to be three to enjoy a good story: One to tell it right, one to relish it and one to not understand it. Because the pleasure of the first two is doubled by the lack of understanding of the third.


Gerelateerd aan waarderen

appreciëren - hechten aan - houden van - mogen - begroten - schatten - taxerenvaststellen - uitlaten