Vertaling van gebruiken
emplear
hacer uso de
wij gebruiken
jullie gebruiken
zij gebruiken
nosotros usamos
vosotros usáis
ellos/ellas usan
» meer vervoegingen van usar
wij gebruiken
jullie gebruiken
zij gebruiken
nosotros bebemos
vosotros bebéis
ellos/ellas beben
» meer vervoegingen van beber
wij gebruiken
jullie gebruiken
zij gebruiken
nosotros comemos
vosotros coméis
ellos/ellas comen
» meer vervoegingen van comer
costumbre
costumbre
Voorbeelden in zinsverband
Mag ik dit gebruiken?
¿Puedo usar esto?
Mag ik dit potlood gebruiken?
¿Puedo usar este lápiz?
Mag ik deze fiets gebruiken?
¿Puedo usar esta bicicleta?
Mag ik jouw potlood gebruiken?
¿Puedo usar tu lápiz?
Wil je de mijne gebruiken?
¿Quieres usar el mío?
Ik denk dat ze jou gebruiken.
Creo que te están utilizando.
Je mag altijd mijn woordenboek gebruiken.
Puedes usar mi diccionario siempre.
Wij gebruiken stokjes in plaats van vork en mes.
Utilizamos palillos chinos en lugar de tenedor y cuchillo.
Alleen in de filosofie kun je een cirkelredenering gebruiken en daarom geprezen worden.
Solo en filosofía uno puede usar un argumento circular y recibir elogios por ello.