Vertaling van geleerd

Inhoud:

Nederlands
Spaans
geleerd, knap, ontwikkeld {bn.}
culto
docto
bijbrengen, instrueren, leren, scholen {ww.}
instruir
enseñar

ik heb geleerd
jij hebt geleerd
hij/zij/het heeft geleerd

yo he instruido
has instruido
él/ella ha instruido
» meer vervoegingen van instruir

leren, onderwijzen {ww.}
enseñar

ik heb geleerd
jij hebt geleerd
hij/zij/het heeft geleerd

yo he ensenado
has ensenado
él/ella ha ensenado
» meer vervoegingen van ensenar

Onderwijzen vraagt veel geduld.
Enseñar requiere mucha paciencia.
Ik kan je leren vechten.
Yo te puedo enseñar a pelear.
leren, aanleren {ww.}
aprender

ik heb geleerd
jij hebt geleerd
hij/zij/het heeft geleerd

yo he aprendido
has aprendido
él/ella ha aprendido
» meer vervoegingen van aprender

Ik wil leren zwemmen.
Quiero aprender a nadar.
Ik wil graag Frans leren.
Quiero aprender francés.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Ik heb niets geleerd.

No aprendí nada.

Jong geleerd is oud gedaan.

Lo que se aprende en la cuna, se lleva a la tumba.

Mij is iets anders geleerd.

Se me enseñó algo distinto.

Waar heb je dat geleerd?

¿Dónde aprendiste eso?

Ik heb veel van je geleerd.

Aprendí mucho de ti.

Ik heb dit weekend veel geleerd.

Aprendí mucho este fin de semana.

Ik heb geleerd als Tom te denken.

He aprendido a pensar como Tom.

In de tussentijd hebben wij van onze fouten geleerd.

Entre tanto, aprendimos de nuestros errores.


Gerelateerd aan geleerd

knap - ontwikkeld - bijbrengen - instrueren - leren - scholen - onderwijzen - aanleren