Vertaling van gepast

Inhoud:

Nederlands
Spaans
betamelijk, gepast, geschikt, passend, toepasselijk {bn.}
conveniente
doelmatig, gemakkelijk, geschikt, gepast, passend {bn.}
oportuno
cómodo
passen, passen in {ww.}
caber

ik heb gepast
jij hebt gepast
hij/zij/het heeft gepast

yo he cabido
tú has cabido
él/ella ha cabido
» meer vervoegingen van caber

gelegen komen, passen, schikken, uitkomen, voegen, betamen {ww.}
ser conveniente
convenir

ik heb gepast
jij hebt gepast
hij/zij/het heeft gepast

yo he convenido
tú has convenido
él/ella ha convenido
» meer vervoegingen van convenir

passen, aanpassen {ww.}
probar

ik heb gepast
jij hebt gepast
hij/zij/het heeft gepast

yo he probado
tú has probado
él/ella ha probado
» meer vervoegingen van probar

Mag ik deze jurk passen?
¿Me puedo probar este vestido?
betamen, horen, behoren, passen, voegen {ww.}
ser decoroso
ser conveniente
ser conforme
beproeven, passen, aanpassen, proberen, toetsen, uitproberen {ww.}
probar
ensayar
intentar

ik heb gepast
jij hebt gepast
hij/zij/het heeft gepast

yo he probado
tú has probado
él/ella ha probado
» meer vervoegingen van probar

"Nee..." zuchtte Dima. "Ik denk dat ik naar het verkeerde land gebeld heb. Laat ik de andere nummers in de 960 eens proberen."
—No... —Dima suspiró— Creo que llamé al país equivocado. Déjeme probar con los otros 960.
passen, aanpassen {ww.}
probar

ik heb gepast
jij hebt gepast
hij/zij/het heeft gepast

yo he probado
tú has probado
él/ella ha probado
» meer vervoegingen van probar