Vertaling van passen
wij passen
jullie passen
zij passen
nosotros cabemos
vosotros cabéis
ellos/ellas caben
» meer vervoegingen van caber
wij passen
jullie passen
zij passen
nosotros probamos
vosotros probáis
ellos/ellas prueban
» meer vervoegingen van probar
wij passen
jullie passen
zij passen
nosotros probamos
vosotros probáis
ellos/ellas prueban
» meer vervoegingen van probar
convenir
wij passen
jullie passen
zij passen
nosotros convenimos
vosotros convenís
ellos/ellas convienen
» meer vervoegingen van convenir
ser conveniente
ser conforme
intentar
ensayar
wij passen
jullie passen
zij passen
nosotros probamos
vosotros probáis
ellos/ellas prueban
» meer vervoegingen van probar
solamente
paso
paso de montaña
paso desfiladero
hace un momento
recién
Voorbeelden in zinsverband
Mag ik het eens passen?
¿Puedo probarme esto?
Die schoenen passen niet met het pak.
Esos zapatos no van con el traje.
Deze brillen passen me niet goed, ze zijn te groot.
Estas gafas no me quedan bien. Son demasiado grandes.