Vertaling van toetsen

Inhoud:

Nederlands
Spaans
bezoeken, op de proef stellen, toetsen {ww.}
probar
ensayar

wij toetsen
jullie toetsen
zij toetsen

nosotros probamos
vosotros probáis
ellos/ellas prueban
» meer vervoegingen van probar

beproeven, passen, aanpassen, proberen, toetsen, uitproberen {ww.}
probar
ensayar
intentar

wij toetsen
jullie toetsen
zij toetsen

nosotros probamos
vosotros probáis
ellos/ellas prueban
» meer vervoegingen van probar

"Nee..." zuchtte Dima. "Ik denk dat ik naar het verkeerde land gebeld heb. Laat ik de andere nummers in de 960 eens proberen."
—No... —Dima suspiró— Creo que llamé al país equivocado. Déjeme probar con los otros 960.
toets (mv. toetsen) {zn.}
tecla [v] (la ~)
beproeving [v], poging [v], toetsing [v], proef, test, toets (mv. toetsen) {zn.}
carnet
carné [v] (la ~)