Vertaling van geur

Inhoud:

Nederlands
Spaans
geur [m], odeur, parfum {zn.}
perfume [m] (el ~)
aroma [o], geur {zn.}
aroma [m] (el ~)
fragancia [v] (la ~)
Deze bloem geeft een sterke geur af.
Esta flor despide un fuerte aroma.
luchtje [o], geur [m], lucht [v], reuk {zn.}
olor [m] (el ~)
De geur van gemaaid gras roept beelden op van hete zomermiddagen.
El olor al pasto recién cortado evoca la imagen de las calurosas tardes de verano.
geuren, rieken, ruiken {ww.}
oler
despedir olor

ik geur

yo huelo
» meer vervoegingen van oler

Mooie bloemen ruiken niet noodzakelijk zoet.
Las flores bonitas no tienen que oler necesariamente bien.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Deze bloem geeft een sterke geur af.

Esta flor despide un fuerte aroma.

De geur van gemaaid gras roept beelden op van hete zomermiddagen.

El olor al pasto recién cortado evoca la imagen de las calurosas tardes de verano.


Gerelateerd aan geur

odeur - parfum - aroma - luchtje - lucht - reuk - geuren - rieken - ruiken