Vertaling van houden
continuar siendo
wij houden
jullie houden
zij houden
nosotros tenemos
vosotros tenéis
ellos/ellas tienen
» meer vervoegingen van tener
wij houden
jullie houden
zij houden
nosotros contenemos
vosotros contenéis
ellos/ellas contienen
» meer vervoegingen van contener
dar lugar a
wij houden
jullie houden
zij houden
nosotros ocasionamos
vosotros ocasionáis
ellos/ellas ocasionan
» meer vervoegingen van ocasionar
Voorbeelden in zinsverband
Rechts houden.
Circulen por la derecha.
Wij houden van onze kinderen.
Amamos a nuestros hijos.
We houden niet van regen.
No nos gusta la lluvia.
We houden niet van geweld.
No nos gusta la violencia.
Niet alle kinderen houden van appels.
No a todos los niños les gustan las manzanas.
Ik kon me niet goed houden.
No pude evitar reírme.
Ik zal de vissen in leven houden.
Yo mantendré vivo al pez.
Hij besloot zijn plan geheim te houden.
Él se decidió a mantener su plan en secreto.
Onze kinderen houden van houden, maar ik hou meer van katten.
A nuestros niños les gustan los perros, pero yo prefiero los gatos.
Ik zal mijn woord houden, wat er ook gebeurt.
Mantendré mi palabra, pase lo que pase.
Sommige mensen houden van honkbal, anderen van voetbal.
A algunas personas les gusta el béisbol; a otras, el fútbol.
Ik kan hem en zijn broer niet uit elkaar houden.
No lo puedo distinguir de su hermano.
Een wintersport waar veel mensen van houden is ijsschaatsen.
Un deporte de invierno con el que mucha gente disfruta es el patinaje.
Tom en Mary houden allebei van oude films.
A Tom y a Mary les gustan las películas antiguas.
Levend of dood, ik zal altijd van je blijven houden.
Vivo o muerto, siempre te amaré.