Vertaling van ingaan
Inhoud:
Nederlands
Spaans
binnengaan, binnenlopen, ingaan {ww.}
entrar
montar
montar
ik zal ingaan
jij zult ingaan
hij/zij/het zal ingaan
yo entraré
tú entrarás
él/ella entrará
» meer vervoegingen van entrar
Ik heb hen de bank zien binnengaan.
Los vi entrar al banco.
Ik zag hem de kamer binnengaan.
Lo vi entrar en el cuarto.
aanbreken, aanvangen, beginnen, ingaan {ww.}
empezar
principiar
comenzar
principiar
comenzar
ik zal ingaan
jij zult ingaan
hij/zij/het zal ingaan
yo empezaré
tú empezarás
él/ella empezará
» meer vervoegingen van empezar
Ge moet onmiddellijk beginnen.
Tienes que empezar inmediatamente.
Mag ik nu beginnen met eten?
¿Puedo empezar a comer?