Vertaling van laten

Inhoud:

Nederlands
Spaans
laten, laten begaan, laten schieten, loslaten, toelaten {ww.}
dejar

wij laten
jullie laten
zij laten

nosotros dejamos
vosotros dejáis
ellos/ellas dejan
» meer vervoegingen van dejar

Kan ik mijn tas hier laten?
¿Puedo dejar aquí mi bolsa?
doen, laten, laten doen, maken {ww.}
causar

wij laten
jullie laten
zij laten

nosotros causamos
vosotros causáis
ellos/ellas causan
» meer vervoegingen van causar



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Laten we teruggaan.

Volvamos.

Laten we relaxen.

Relajémonos.

Laten we uitgaan.

Salgamos.

Laten we feesten.

Festejemos.

Laten we Japan verslaan!

¡Venzamos a Japón!

Laten we overmorgen samenkomen.

Juntémonos pasado mañana.

Laten we vooruit duwen.

Sigamos adelante.

Laten we niet gaan.

No vayamos.

Laten we vrienden zijn.

Seamos amigos.

Laten we handen schudden.

Démonos la mano.

Laten we voetbal spelen.

¡Vamos a jugar al fútbol!

Laten we ons haasten.

Démonos prisa.

Laten we verder gaan.

Prosigamos.

Laten we beginnen.

Comencemos.

Laten we TV kijken.

Veamos la televisión.


Gerelateerd aan laten

laten begaan - laten schieten - loslaten - toelaten - doen - laten doen - maken