Vertaling van laten
wij laten
jullie laten
zij laten
nosotros dejamos
vosotros dejáis
ellos/ellas dejan
» meer vervoegingen van dejar
wij laten
jullie laten
zij laten
nosotros causamos
vosotros causáis
ellos/ellas causan
» meer vervoegingen van causar
Voorbeelden in zinsverband
Laten we teruggaan.
Volvamos.
Laten we relaxen.
Relajémonos.
Laten we uitgaan.
Salgamos.
Laten we feesten.
Festejemos.
Laten we Japan verslaan!
¡Venzamos a Japón!
Laten we overmorgen samenkomen.
Juntémonos pasado mañana.
Laten we vooruit duwen.
Sigamos adelante.
Laten we niet gaan.
No vayamos.
Laten we vrienden zijn.
Seamos amigos.
Laten we handen schudden.
Démonos la mano.
Laten we voetbal spelen.
¡Vamos a jugar al fútbol!
Laten we ons haasten.
Démonos prisa.
Laten we verder gaan.
Prosigamos.
Laten we beginnen.
Comencemos.
Laten we TV kijken.
Veamos la televisión.