Vertaling van leest
Inhoud:
Nederlands
Spaans
leest, middel , taille {zn.}
cintura
talle
talle
lezen {ww.}
leer
jij leest
hij/zij/het leest
tú lees
él/ella lee
» meer vervoegingen van leer
Hij kan lezen.
Él sabe leer.
Je kan niet meer lezen?
¿No puedes leer más?
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Spaans
Tom leest een geschiedenisboek.
Tom está leyendo un libro de historia.
Wie leest er?
¿Quién está leyendo?
Hoeveel boeken leest ge per maand?
¿Cuántos libros lees al mes?
Iedere morgen leest hij de krant.
Él lee el periódico todas las mañanas.
Ze leest elke morgen de krant.
Ella lee el periódico cada mañana.
De geschiedenis lijkt totaal niet op wat je in geschiedenisboeken leest.
La historia no se parece en nada a lo que lees en los libros de historia.
Nu lees ik, lees jij en leest hij; wij lezen allen.
Ahora estoy leyendo, tú estás leyendo y él está leyendo: todos estamos leyendo.