Vertaling van maar

Inhoud:

Nederlands
Spaans
echter, maar, niettemin, toch {vw.}
sin embargo
no obstante
alleen, enkel, maar, pas, slechts, uitsluitend {bw.}
sólo
solamente
doch, maar, echter {vw.}
mas
pero
sino


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Maar mensen zijn verschillend.

Pero los seres humanos son diferentes.

Geen woorden, maar daden.

Actúa en vez de hablar.

Gaat u maar zitten waar u maar wilt.

Siéntate donde quieras.

Dat scheelde maar een haartje!

Ha faltado un pelo.

Ze is maar een kind.

Sólo es una niña.

Hadden we maar een tuin!

¡Ojalá tuviéramos un jardín!

Ik kan alleen maar wachten.

Sólo puedo esperar.

Hij is arm, maar eerlijk.

Él es pobre pero honesto.

Ik ben geen dokter, maar een leraar.

No soy médico, sino profesor.

Zijn verhaal is vreemd, maar geloofwaardig.

Su historia es extraña, pero es creíble.

Niet winnen is belangrijk, maar deelnemen.

Lo más importante no es ganar, sino participar.

Ze is niet thuis, maar op school.

Ella no está en casa, sino que en la escuela.

Ik wil graag ja zeggen, maar...

Me gustaría decir que sí, pero...

Ik ben geen dokter, maar leraar.

No soy médico, soy profesor.

Jim is geen advokaat, maar dokter.

Jim no es abogado, sino médico.


Gerelateerd aan maar

echter - niettemin - toch - alleen - enkel - pas - slechts - uitsluitend - doch