Vertaling van wat

Inhoud:

Nederlands
Spaans
wat
qué
que cosa
een paar [o], enige, enkele, sommige, wat {bn.}
unas
unos
iets, wat {onb. vnw.}
algo
alguna cosa
een beetje, een weinig, enigszins, nogal, tamelijk, wat {bw.}
algo
un poco


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Wat?

¿Qué?

Wat een grote hond!

¡Qué perro más grande!

Wat betekent dit woord?

¿Qué quiere decir esta palabra?

Wat moet ik doen?

¿Qué debo hacer?

Wat is dit?

¿Qué es esto?

Wat wilt ge dan?

¿Qué quieres entonces?

Wat is je naam?

¿Cuál es tu nombre?

Wat is uw antwoord?

¿Cuál es tu respuesta?

Wat zei ze?

¿Qué dijo?

Wat is het?

¿Qué es eso?

Wat vroeg hij je?

¿Qué te preguntó?

Wat heeft Jean gemaakt?

¿Qué ha hecho Jean?

Wat heb je nodig?

¿Qué necesita?

Wat denk je ervan?

¿Qué opinas sobre esto?

Wat een prachtige tuin.

¡Pero qué hermoso jardín!


Gerelateerd aan wat

een paar - enige - enkele - sommige - iets - een beetje - een weinig - enigszins - nogal - tamelijk