Vertaling van zojuist

Inhoud:

Nederlands
Spaans
juist, net, pas, straks, zojuist, zoëven, daarnet, daarstraks, zonet {bw.}
ahora mismo
hace un momento
recién


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Hij was zojuist gearriveerd.

Acababa de llegar.

Ik heb zojuist mijn huiswerk afgemaakt.

Acabo de terminar mi tarea.


Gerelateerd aan zojuist

juist - net - pas - straks - zoëven - daarnet - daarstraks - zonet