Vertaling van aanbellen

Inhoud:

Nederlands
Frans
bellen, aanbellen, luiden, schellen {ww.}
sonner 
sonner à la porte 

ik zal aanbellen
jij zult aanbellen
hij/zij/het zal aanbellen

je sonnerai
tu sonneras
il/elle sonnera
» meer vervoegingen van sonner



Gerelateerd aan aanbellen

bellen - luiden - schellen