Vertaling van aanbinden

Inhoud:

Nederlands
Frans
aanbinden, aanvangen, beginnen {ww.}
commencer 
aborder 

ik zal aanbinden
jij zult aanbinden
hij/zij/het zal aanbinden

je commencerai
tu commenceras
il/elle commencera
» meer vervoegingen van commencer

Ge moet onmiddellijk beginnen.
Tu dois commencer immédiatement.
Ik weet niet waar te beginnen.
Je ne sais par où commencer.
aanbinden, meren, onderbinden, tuigeren, vastbinden, vastleggen {ww.}
lier 
attacher 

ik zal aanbinden
jij zult aanbinden
hij/zij/het zal aanbinden

je lierai
tu lieras
il/elle liera
» meer vervoegingen van lier



Gerelateerd aan aanbinden

aanvangen - beginnen - meren - onderbinden - tuigeren - vastbinden - vastleggen