Vertaling van aangeven

Inhoud:

Nederlands
Frans
aangeven, betuigen, declareren, verklaren {ww.}
déclarer 

ik zal aangeven
jij zult aangeven
hij/zij/het zal aangeven

je déclarerai
tu déclareras
il/elle déclarera
» meer vervoegingen van déclarer

aangeven, aanreiken, doorbrengen, verdrijven {ww.}
passer 
donner 

ik zal aangeven
jij zult aangeven
hij/zij/het zal aangeven

je passerai
tu passeras
il/elle passera
» meer vervoegingen van passer

aanbrengen, aangeven, klikken, verklikken {ww.}
dénoncer 
livrer 
accuser 

ik zal aangeven
jij zult aangeven
hij/zij/het zal aangeven

je dénoncerai
tu dénonceras
il/elle dénoncera
» meer vervoegingen van dénoncer

aanduiden, aangeven, aanwijzen, uitduiden, wijzen {ww.}
indiquer 
désigner 

ik zal aangeven
jij zult aangeven
hij/zij/het zal aangeven

j'indiquerai
tu indiqueras
il/elle indiquera
» meer vervoegingen van indiquer

geven, aangeven, opbrengen, toebrengen, toekennen, verlenen {ww.}
donner 
bailler 
abouler
passer 

ik zal aangeven
jij zult aangeven
hij/zij/het zal aangeven

je donnerai
tu donneras
il/elle donnera
» meer vervoegingen van donner

Ik ben vandaag bloed wezen geven.
Je suis allé donner mon sang aujourd'hui.
Ik wil een plant aan mama geven.
Je veux donner une plante à maman.
aanduiden, aangeven, een teken geven, merken, kenmerken, tekenen {ww.}
marquer 
désigner 

ik zal aangeven
jij zult aangeven
hij/zij/het zal aangeven

je marquerai
tu marqueras
il/elle marquera
» meer vervoegingen van marquer