Vertaling van aflezen

Inhoud:

Nederlands
Frans
aflezen, checken, controleren, nakijken, surveilleren, toezien {ww.}
vérifier 
surveiller 

ik zal aflezen
jij zult aflezen
hij/zij/het zal aflezen

je vérifierai
tu vérifieras
il/elle vérifiera
» meer vervoegingen van vérifier



Gerelateerd aan aflezen

checken - controleren - nakijken - surveilleren - toezien