ambt [o], baan [v], betrekking [v], werkkring [m], plaats [v], post, wachtpost {zn.} place [v] (la ~)
emploi [m] (l' ~)
poste [m] (le ~)
Tom is op zoek naar een baan.
Tom cherche un emploi.
Kan jij dit doen in plaats van mij?
Pourriez-vous faire ceci à ma place ?
ambt [o], baan [v], betrekking [v], werkkring [m], plaats [v], functie {zn.} emploi [m] (l' ~)
fonction [v] (la ~)
service [m] (le ~)
office [m] (l' ~)
Ik zoek een baan.
Je cherche un emploi.
Jouw baan hangt aan een zijden draadje.
Ton emploi est suspendu à un fil.