Vertaling van geloven
wij geloven
jullie geloven
zij geloven
nous croyons
vous croyez
ils/elles croient
» meer vervoegingen van croire
Voorbeelden in zinsverband
Eerst zien, dan geloven.
Le voir, c'est le croire.
Het is moeilijk te geloven.
C'est difficile à croire.
Christenen geloven in Jesus Christus.
Les chrétiens croient en Jésus-Christ.
Dit is niet te geloven.
Ce n'est pas croyable !
Ik kan mijn ogen niet geloven.
Je n'en crois pas mes yeux.
Zelfs ik kan het niet geloven.
Même moi je n'arrive pas à le croire.
Ik kon mijn ogen niet geloven.
Je ne pouvais pas en croire mes yeux.
Ze geloven dat Jane eerlijk is.
Elles croient que Jane est honnête.
Ik was dom genoeg om het te geloven.
Je fus assez stupide pour le croire.
Zijn er veel mensen in europa die zelfs nu in geesten geloven?
Y a-t-il beaucoup de gens en Europe qui croient encore aux fantômes ?
Innerlijke schoonheid, ik zal erin geloven wanneer mijn lul ogen heeft.
La beauté intérieure, j'y croirai quand ma bite aura des yeux.