Vertaling van vinden
wij vinden
jullie vinden
zij vinden
nous trouvons
vous trouvez
ils/elles trouvent
» meer vervoegingen van trouver
Voorbeelden in zinsverband
Kan je het vinden?
Peux-tu le trouver ?
Ik kan mijn handschoenen niet vinden.
Je ne retrouve pas mes gants.
Ik kon zijn huis niet vinden.
Je n'ai pas pu trouver sa maison.
Het werd moeilijk om buffels te vinden.
Il devint difficile de trouver des bisons.
Hij kan zijn hoed niet vinden.
Il ne retrouve pas son chapeau.
De ring was nergens te vinden.
Nulle part on ne trouvait la bague.
Die stad kan je ten westen van Londen vinden.
La ville se situe à l'ouest de Londres.
We zouden het leuk vinden als je een liedje zong.
Nous aimerions que tu chantes une chanson.
Ik kan geen enkele fout in zijn theorie vinden.
Je ne peux trouver absolument aucune faille dans sa théorie.
Het kan moeilijk zijn om een appartement te vinden.
Trouver un appartement peut s'avérer difficile.
Geloof hen die waarheid zoeken, pas op voor wie haar vinden.
Croyez ceux qui cherchent la vérité, doutez de ceux qui la trouvent.