Vertaling van aantreffen

Inhoud:

Nederlands
Frans
aantreffen, ontmoeten, tegemoet treden, tegenkomen, treffen {ww.}
rencontrer 

ik zal aantreffen
jij zult aantreffen
hij/zij/het zal aantreffen

je rencontrerai
tu rencontreras
il/elle rencontrera
» meer vervoegingen van rencontrer

Ik wil Tom graag ontmoeten.
Je désirerais rencontrer Tom.
Ik kijk ernaar uit u te ontmoeten.
J'avais hâte de vous rencontrer.
vinden, bevinden, treffen, aantreffen {ww.}
trouver 

ik zal aantreffen
jij zult aantreffen
hij/zij/het zal aantreffen

je trouverai
tu trouveras
il/elle trouvera
» meer vervoegingen van trouver

Kan je het vinden?
Peux-tu le trouver ?
Ik moet het vinden.
Je dois le trouver.


Gerelateerd aan aantreffen

ontmoeten - tegemoet treden - tegenkomen - treffen - vinden - bevinden