Vertaling van moet
ik moet
jij moet
hij/zij/het moet
je dois
tu dois
il/elle doit
» meer vervoegingen van devoir
Voorbeelden in zinsverband
Ik moet naar bed.
Je dois aller dormir.
Wat moet ik doen?
Que dois-je faire ?
Een mens moet werken.
Un homme doit travailler.
Ik moet gaan.
Je devrais y aller.
Hoeveel moet ik u?
Combien vous dois-je ?
Ge moet onmiddellijk beginnen.
Tu dois commencer immédiatement.
Ik moet gaan slapen.
Je dois aller dormir.
Wat moet ik doen?
Que dois-je faire ?
Ik moet stofzuigen.
Je dois passer l'aspirateur.
Ge moet uw best doen.
Vous devez faire de votre mieux.
Ik moet onder de douche.
J'ai besoin de prendre une douche.
Je moet nu niet vertrekken.
Vous ne devez pas partir tout de suite.
Een man moet eerlijk zijn.
Un homme doit être honnête.
Moet ik alle vragen beantwoorden?
Dois-je répondre à toutes les questions ?
Moet ik een brief schrijven?
Dois-je écrire une lettre ?