Vertaling van tellen
wij tellen
jullie tellen
zij tellen
nous comptons
vous comptez
ils/elles comptent
» meer vervoegingen van compter
Voorbeelden in zinsverband
Hij kan niet tellen.
Il ne sait pas compter.
Mijn zoon kan al tot honderd tellen.
Mon fils sait déjà compter jusqu'à cent.
Hij is niet verstandig genoeg om getallen in het hoofd op te tellen.
Il n'a pas assez de cervelle pour faire des additions de tête.
Ze is nog maar twee jaar, maar ze kan al tot 100 tellen.
Elle n'a que deux ans, mais elle peut déjà compter jusqu'à 100.
Ze is nog maar twee jaar, maar ze kan al tot 100 tellen.
Elle a seulement deux ans mais elle est capable de compter jusqu'à cent.
Als er geen leven na de dood is, kan je dit leven maar beter laten tellen.
S'il n'y a pas de vie après la mort, alors vous feriez mieux de faire en sorte que celle-ci compte.