Vertaling van werk
ik werk
j'opère
» meer vervoegingen van opérer
ik werk
je fonctionne
» meer vervoegingen van fonctionner
ik werk
je travaille
» meer vervoegingen van travailler
ik werk
je varie
» meer vervoegingen van varier
Voorbeelden in zinsverband
Mijn werk is gedaan.
Mon travail est fini.
Ik werk voor jullie.
Je travaille pour vous.
Ik moet morgen een hoop werk doen.
J'ai beaucoup de travail à faire demain.
Jullie hebben allemaal goed werk verricht.
Vous avez tous fait du bon travail.
Ze ging verder met het werk.
Elle a poursuivi le travail.
Een goed begin is het halve werk.
Commencer, c'est avoir à moitié fini.
We beginnen dadelijk met het werk.
Nous commencerons le travail bientôt.
Haar werk is om te typen.
Son travail est de taper à la machine.
Ik ben tevreden met mijn werk.
Je suis content de mon emploi.
Hij zal het werk niet aankunnen.
Il n'est pas capable de faire le travail.
Ik wil dat het werk vlug gedaan is.
Je veux que le travail soit fait rapidement.
Mijn vader gaat met de fiets naar zijn werk.
Mon père se rend au travail en vélo.
Mijn vader gaat niet altijd lopend naar het werk.
Mon père ne se rend pas toujours à pied au travail.
Moet ik een stropdas naar het werk dragen?
Dois-je porter une cravate au travail ?
Soms ga ik lopend naar het werk en soms op de fiets, want ik woon heel dichtbij mijn werk.
Je vais parfois à pied au travail, d'autres fois j'y vais en vélo, car mon service est près de chez moi.