Vertaling van zojuist

Inhoud:

Nederlands
Frans
juist, net, pas, straks, zojuist, zoëven, daarnet, daarstraks, zonet {bw.}
justement 
à l'instant 


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Frans

Hij was zojuist gearriveerd.

Il était juste arrivé.

Ik heb zojuist mijn huiswerk afgemaakt.

Je viens de finir mes devoirs.


Gerelateerd aan zojuist

juist - net - pas - straks - zoëven - daarnet - daarstraks - zonet