Vertaling van aflezen
Inhoud:
Nederlands
Italiaans
aflezen, checken, controleren, nakijken, surveilleren, toezien {ww.}
verificare
controllare
controllare
ik zal aflezen
jij zult aflezen
hij/zij/het zal aflezen
io verificherò
tu verificherai
lui/lei/Lei verificherà
» meer vervoegingen van verificare