Vertaling van Echten

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
Echten {eigenn.}
Echten {eigenn.}
Echten {eigenn.}
Echten {eigenn.}
wettigen, echten {ww.}
wettigen
echten {ww.}

ik echt
jij echt
hij/zij/het echt

ik wettig
jij wettigt
hij/zij/het wettigt
» meer vervoegingen van wettigen

legitimeren, echten {ww.}
legitimeren
echten {ww.}

ik echt
jij echt
hij/zij/het echt

ik legitimeer
jij legitimeert
hij/zij/het legitimeert
» meer vervoegingen van legitimeren



Gerelateerd aan Echten

wettigen - echten - legitimeren