Vertaling van wettigen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
wettigen, echten {ww.}
wettigen
echten {ww.}
echten {ww.}
ik echt
jij echt
hij/zij/het echt
ik wettig
jij wettigt
hij/zij/het wettigt
» meer vervoegingen van wettigen
wettigen, legaliseren {ww.}
wettigen
legaliseren {ww.}
legaliseren {ww.}
ik legaliseer
jij legaliseert
hij/zij/het legaliseert
ik wettig
jij wettigt
hij/zij/het wettigt
» meer vervoegingen van wettigen
wettigen, legitimeren, legaliseren {ww.}
wettigen
legitimeren
legaliseren {ww.}
legitimeren
legaliseren {ww.}
ik legaliseer
jij legaliseert
hij/zij/het legaliseert
ik wettig
jij wettigt
hij/zij/het wettigt
» meer vervoegingen van wettigen
verantwoorden, wettigen, rechtigen, vergoelijken, justificeren, justifiëren, goedpraten, billijken, rechtvaardigen {ww.}
verantwoorden
wettigen
rechtigen
vergoelijken
justificeren
justifiëren
goedpraten
billijken
rechtvaardigen {ww.}
wettigen
rechtigen
vergoelijken
justificeren
justifiëren
goedpraten
billijken
rechtvaardigen {ww.}
ik billijk
jij billijkt
hij/zij/het billijkt
ik verantwoord
jij verantwoordt
hij/zij/het verantwoordt
» meer vervoegingen van verantwoorden