Vertaling van verantwoorden

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verantwoorden {ww.}
verantwoorden {ww.}

ik verantwoord
jij verantwoordt
hij/zij/het verantwoordt

ik verantwoord
jij verantwoordt
hij/zij/het verantwoordt
» meer vervoegingen van verantwoorden

verantwoordelijk zijn, verantwoorden, aansprakelijk zijn {ww.}
verantwoordelijk zijn
verantwoorden
aansprakelijk zijn {ww.}

ik verantwoord
jij verantwoordt
hij/zij/het verantwoordt

ik verantwoord
jij verantwoordt
hij/zij/het verantwoordt
» meer vervoegingen van verantwoorden

verantwoorden, wettigen, rechtigen, vergoelijken, justificeren, justifiëren, goedpraten, billijken, rechtvaardigen {ww.}
verantwoorden
wettigen
rechtigen
vergoelijken
justificeren
justifiëren
goedpraten
billijken
rechtvaardigen {ww.}

ik billijk
jij billijkt
hij/zij/het billijkt

ik verantwoord
jij verantwoordt
hij/zij/het verantwoordt
» meer vervoegingen van verantwoorden

verantwoorden {ww.}
verantwoorden {ww.}

ik verantwoord
jij verantwoordt
hij/zij/het verantwoordt

ik verantwoord
jij verantwoordt
hij/zij/het verantwoordt
» meer vervoegingen van verantwoorden

beantwoorden, antwoorden, verantwoorden, antwoorden op {ww.}
beantwoorden
antwoorden
verantwoorden
antwoorden op {ww.}

ik antwoord
jij antwoordt
hij/zij/het antwoordt

ik beantwoord
jij beantwoordt
hij/zij/het beantwoordt
» meer vervoegingen van beantwoorden

Kan iemand anders antwoorden?
Kan iemand anders antwoorden?
Kan je dit beantwoorden?
Kan je dit beantwoorden?