Vertaling van Tempel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
Tempel {eigenn.}
Tempel {eigenn.}
tempel, godshuis, bedehuis [o] {zn.}
tempel
godshuis
bedehuis [o] {zn.}
We zijn ook naar de tempel geweest.
We zijn ook naar de tempel geweest.
Er is een erg oude tempel in de stad.
Er is een erg oude tempel in de stad.
kerk [v], tempel [m], synagoog, synagoge, moskee, godshuis, kerkgebouw [o], bedehuis [o] {zn.}
kerk [v]
tempel [m]
synagoog
synagoge
moskee
godshuis
kerkgebouw [o]
bedehuis [o] {zn.}
Weet je aan welke godheid deze tempel is gewijd?
Weet je aan welke godheid deze tempel is gewijd?
Ik was vorige week van plan de tempel te bezoeken.
Ik was vorige week van plan de tempel te bezoeken.
tempel {zn.}
tempel {zn.}
tempel [m] (de ~), tabernakel [m] (de ~) {zn.}
tempel [m] (de ~)
tabernakel [m] (de ~) {zn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

We zijn ook naar de tempel geweest.

We zijn ook naar de tempel geweest.

Er is een erg oude tempel in de stad.

Er is een erg oude tempel in de stad.

Weet je aan welke godheid deze tempel is gewijd?

Weet je aan welke godheid deze tempel is gewijd?

Ik was vorige week van plan de tempel te bezoeken.

Ik was vorige week van plan de tempel te bezoeken.


Gerelateerd aan Tempel

tempel - godshuis - bedehuis - kerk - synagoog - synagoge - moskee - kerkgebouw - tabernakellokaliteit - bedehuis