Vertaling van W.C.

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
wc [m] (de ~), WC, w.c., W.C. {zn.}
wc [m] (de ~)
WC
w.c.
W.C. {zn.}
Ik moet naar de wc.
Ik moet naar de wc.
Mag ik van uw wc gebruikmaken?
Mag ik van uw wc gebruikmaken?
wc [m] (de ~), WC, toilet, w.c., closetpot [m] (de ~), toiletpot [m] (de ~) {zn.}
wc [m] (de ~)
WC
toilet
w.c.
closetpot [m] (de ~)
toiletpot [m] (de ~) {zn.}
Mag ik van uw wc gebruikmaken?
Mag ik van uw wc gebruikmaken?
Mag ik van uw wc gebruikmaken?
Mag ik van uw wc gebruikmaken?


Gerelateerd aan W.C.

wc - WC - w.c. - toilet - closetpot - toiletpottoilet - bak - doos