Vertaling van aangenaam
behaaglijk
genoeglijk
heerlijk
plezierig
prettig {bn.}
lekker
prettig
leuk
aangenaam
plezant
fijn
heerlijk {bn.}
Voorbeelden in zinsverband
Aangenaam kennis te maken.
Aangenaam kennis te maken.
Mijn oude vriend ontmoeten was erg aangenaam.
Mijn oude vriend ontmoeten was erg aangenaam.
Het was aangenaam en warm in huis.
Het was aangenaam en warm in huis.
Hebt ge een aangenaam weekend gehad?
Hebt ge een aangenaam weekend gehad?
"Hoe is het weer daar?" "Het is aangenaam."
"Hoe is het weer daar?" "Het is aangenaam."
Je lieflijke stem klonk me zeer aangenaam in de oren.
Je lieflijke stem klonk me zeer aangenaam in de oren.
Deze kamer is aangenaam om in te werken.
Deze kamer is aangenaam om in te werken.
Het was moeilijk voor mij om aangenaam over te komen naar anderen toe.
Het was moeilijk voor mij om aangenaam over te komen naar anderen toe.
Het is aangenaam dwaas te doen op bepaalde tijdstippen
Het is aangenaam dwaas te doen op bepaalde tijdstippen