Vertaling van aanhangen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
aanhangen {ww.}
aanhangen {ww.}

ik zal aanhangen
jij zult aanhangen
hij/zij/het zal aanhangen

ik zal aanhangen
jij zult aanhangen
hij/zij/het zal aanhangen
» meer vervoegingen van aanhangen

aanhangen {ww.}
aanhangen {ww.}

ik zal aanhangen
jij zult aanhangen
hij/zij/het zal aanhangen

ik zal aanhangen
jij zult aanhangen
hij/zij/het zal aanhangen
» meer vervoegingen van aanhangen

aanhangen, aankoppelen {ww.}
aanhangen
aankoppelen {ww.}

ik zal aanhangen
jij zult aanhangen
hij/zij/het zal aanhangen

ik zal aanhangen
jij zult aanhangen
hij/zij/het zal aanhangen
» meer vervoegingen van aanhangen

aanhangen {ww.}
aanhangen {ww.}

ik zal aanhangen
jij zult aanhangen
hij/zij/het zal aanhangen

ik zal aanhangen
jij zult aanhangen
hij/zij/het zal aanhangen
» meer vervoegingen van aanhangen

kleven, aankleven, vastkleven, aanhangen {ww.}
kleven
aankleven
vastkleven
aanhangen {ww.}

ik zal aanhangen
jij zult aanhangen
hij/zij/het zal aanhangen

ik zal kleven
jij zult kleven
hij/zij/het zal kleven
» meer vervoegingen van kleven

Er kleven voor- en nadelen aan allebei je meningen, ik ga dus niet meteen besluiten welke te ondersteunen.
Er kleven voor- en nadelen aan allebei je meningen, ik ga dus niet meteen besluiten welke te ondersteunen.
vastkleven, vastplakken, aanhangen {ww.}
vastkleven
vastplakken
aanhangen {ww.}

ik zal aanhangen
jij zult aanhangen
hij/zij/het zal aanhangen

ik zal vastkleven
jij zult vastkleven
hij/zij/het zal vastkleven
» meer vervoegingen van vastkleven



Gerelateerd aan aanhangen

aankoppelen - kleven - aankleven - vastkleven - vastplakkenkoppelen - steunen - kleven