Vertaling van afsabbelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
afsabbelen, lurken {ww.}
afsabbelen
lurken {ww.}
lurken {ww.}
ik zal afsabbelen
ik zou afsabbelen
jij zult afsabbelen
ik zal afsabbelen
ik zou afsabbelen
jij zult afsabbelen
» meer vervoegingen van afsabbelen