Vertaling van zuigen
opzuigen
lurken {ww.}
ik lurk
jij lurkt
hij/zij/het lurkt
ik zuig
jij zuigt
hij/zij/het zuigt
» meer vervoegingen van zuigen
ik zuig
jij zuigt
hij/zij/het zuigt
ik zuig
jij zuigt
hij/zij/het zuigt
» meer vervoegingen van zuigen
ik zuig
jij zuigt
hij/zij/het zuigt
ik zuig
jij zuigt
hij/zij/het zuigt
» meer vervoegingen van zuigen
zuigen {ww.}
ik zuig
jij zuigt
hij/zij/het zuigt
ik zuig
jij zuigt
hij/zij/het zuigt
» meer vervoegingen van zuigen
inzuigen
absorberen
indrinken
opzuigen {ww.}
ik absorbeer
jij absorbeert
hij/zij/het absorbeert
ik zuig
jij zuigt
hij/zij/het zuigt
» meer vervoegingen van zuigen
zuigen
sarren
narren
mienen
treiteren {ww.}
ik nar
jij nart
hij/zij/het nart
ik terg
jij tergt
hij/zij/het tergt
» meer vervoegingen van tergen
zuigen
stofzuigeren {ww.}
ik stofzuig
jij stofzuigt
hij/zij/het stofzuigt
ik stofzuig
jij stofzuigt
hij/zij/het stofzuigt
» meer vervoegingen van stofzuigen
zuigen {ww.}
hij/zij/het zuigt aan
zij zuigen aan
ik zuig
hij/zij/het zuigt
zij zuigen
ik zuig
» meer vervoegingen van zuigen