Vertaling van narren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
tergen, zuigen, sarren, narren, mienen, treiteren {ww.}
tergen
zuigen
sarren
narren
mienen
treiteren {ww.}
zuigen
sarren
narren
mienen
treiteren {ww.}
ik nar
jij nart
hij/zij/het nart
ik terg
jij tergt
hij/zij/het tergt
» meer vervoegingen van tergen
Niemand zal me ongestraft tergen
Niemand zal me ongestraft tergen
nar {zn.}
nar {zn.}