Vertaling van sarren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
irriteren, sarren, prikkelen, op stang jagen, ophitsen, aanstoken {ww.}
irriteren
sarren
prikkelen
op stang jagen
ophitsen
aanstoken {ww.}
sarren
prikkelen
op stang jagen
ophitsen
aanstoken {ww.}
ik stook aan
jij stookt aan
hij/zij/het stookt aan
ik irriteer
jij irriteert
hij/zij/het irriteert
» meer vervoegingen van irriteren
Kinderen hebben er een hekel aan om leraren te irriteren.
Kinderen hebben er een hekel aan om leraren te irriteren.
tergen, zuigen, sarren, narren, mienen, treiteren {ww.}
tergen
zuigen
sarren
narren
mienen
treiteren {ww.}
zuigen
sarren
narren
mienen
treiteren {ww.}
ik nar
jij nart
hij/zij/het nart
ik terg
jij tergt
hij/zij/het tergt
» meer vervoegingen van tergen
Niemand zal me ongestraft tergen
Niemand zal me ongestraft tergen