Vertaling van aanstoken
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
irriteren, sarren, prikkelen, op stang jagen, ophitsen, aanstoken {ww.}
irriteren
sarren
prikkelen
op stang jagen
ophitsen
aanstoken {ww.}
sarren
prikkelen
op stang jagen
ophitsen
aanstoken {ww.}
ik zal aanstoken
ik zou aanstoken
jij zult aanstoken
ik zal irriteren
ik zou irriteren
jij zult irriteren
» meer vervoegingen van irriteren
Kinderen hebben er een hekel aan om leraren te irriteren.
Kinderen hebben er een hekel aan om leraren te irriteren.
stoken, aanstoken, opporren, opstoken {ww.}
stoken
aanstoken
opporren
opstoken {ww.}
aanstoken
opporren
opstoken {ww.}
ik zal aanstoken
jij zult aanstoken
hij/zij/het zal aanstoken
ik zal stoken
jij zult stoken
hij/zij/het zal stoken
» meer vervoegingen van stoken
opzetten, opruiend, opruien, ophitsen, aanstoken, aanhitsen, opstoken {ww.}
opzetten
opruiend
opruien
ophitsen
aanstoken
aanhitsen
opstoken {ww.}
opruiend
opruien
ophitsen
aanstoken
aanhitsen
opstoken {ww.}
ik zal aanhitsen
jij zult aanhitsen
hij/zij/het zal aanhitsen
ik zal opzetten
jij zult opzetten
hij/zij/het zal opzetten
» meer vervoegingen van opzetten
Men moet een helm opzetten om het hoofd te beschermen.
Men moet een helm opzetten om het hoofd te beschermen.
Misschien moet jij dan een mondkapje opzetten.
Misschien moet jij dan een mondkapje opzetten.