Vertaling van stoken

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
stoken, ontsteken, aansteken, doen ontbranden, aanmaken {ww.}
stoken
ontsteken
aansteken
doen ontbranden
aanmaken {ww.}

ik maak aan
jij maakt aan
hij/zij/het maakt aan

ik stook
jij stookt
hij/zij/het stookt
» meer vervoegingen van stoken

stoken, ophitsen {ww.}
stoken
ophitsen {ww.}

ik hits op
jij hitst op
hij/zij/het hitst op

ik stook
jij stookt
hij/zij/het stookt
» meer vervoegingen van stoken

stoken, aanstoken, opporren, opstoken {ww.}
stoken
aanstoken
opporren
opstoken {ww.}

ik stook aan
jij stookt aan
hij/zij/het stookt aan

ik stook
jij stookt
hij/zij/het stookt
» meer vervoegingen van stoken

stoken {ww.}
stoken {ww.}

ik stook
jij stookt
hij/zij/het stookt

ik stook
jij stookt
hij/zij/het stookt
» meer vervoegingen van stoken

branden, overhalen, destilleren, stoken, distilleren {ww.}
branden
overhalen
destilleren
stoken
distilleren {ww.}

ik brand
jij brandt
hij/zij/het brandt

ik brand
jij brandt
hij/zij/het brandt
» meer vervoegingen van branden

Gisterenavond waren er vijf branden.
Gisterenavond waren er vijf branden.
Ze kan hem niet overhalen om voor haar een nieuwe auto te kopen.
Ze kan hem niet overhalen om voor haar een nieuwe auto te kopen.
verwarmen, stoken {ww.}
verwarmen
stoken {ww.}

ik stook
jij stookt
hij/zij/het stookt

ik verwarm
jij verwarmt
hij/zij/het verwarmt
» meer vervoegingen van verwarmen

stoken {ww.}
stoken {ww.}

ik stook
jij stookt
hij/zij/het stookt

ik stook
jij stookt
hij/zij/het stookt
» meer vervoegingen van stoken

verdelen, stoken {ww.}
verdelen
stoken {ww.}

ik stook
jij stookt
hij/zij/het stookt

ik verdeel
jij verdeelt
hij/zij/het verdeelt
» meer vervoegingen van verdelen

opbranden, opstoken, stoken {ww.}
opbranden
opstoken
stoken {ww.}

ik brand op
jij brandt op
hij/zij/het brandt op

ik brand op
jij brandt op
hij/zij/het brandt op
» meer vervoegingen van opbranden

distilleren, destilleren, stoken {ww.}
distilleren
destilleren
stoken {ww.}

ik destilleer
jij destilleert
hij/zij/het destilleert

ik distilleer
jij distilleert
hij/zij/het distilleert
» meer vervoegingen van distilleren