Vertaling van behoorlijk

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
behoorlijk, betamelijk, fatsoenlijk, keurig, voegzaam, welvoeglijk {bn.}
behoorlijk
betamelijk
fatsoenlijk
keurig
voegzaam
welvoeglijk {bn.}
behoorlijk, fatsoenlijk, naar behoren, netjes, passend {bw.}
behoorlijk
fatsoenlijk
naar behoren
netjes
passend {bw.}
aardig, beduidend, considerabel, fors, merkelijk, aanzienlijk, flink, groot, hoog, belangrijk, knap, gevoelig, behoorlijk, heel {bn.}
aardig
beduidend
considerabel
fors
merkelijk
aanzienlijk
flink
groot
hoog
belangrijk
knap
gevoelig
behoorlijk
heel {bn.}
betamelijk, gevoeglijk, hebbelijk, behoorlijk {bn.}
betamelijk
gevoeglijk
hebbelijk
behoorlijk {bn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Die hierboven vermelde zending werd behoorlijk afgeleverd.

Die hierboven vermelde zending werd behoorlijk afgeleverd.

Tom komt behoorlijk vaak te laat op school.

Tom komt behoorlijk vaak te laat op school.

Tom heeft in zijn vinger gesneden en het bloedt behoorlijk.

Tom heeft in zijn vinger gesneden en het bloedt behoorlijk.

Het is een goed restaurant, maar wel behoorlijk duur.

Het is een goed restaurant, maar wel behoorlijk duur.