Vertaling van merkelijk
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
aardig, beduidend, considerabel, fors, merkelijk, aanzienlijk, flink, groot, hoog, belangrijk, knap, gevoelig, behoorlijk, heel {bn.}
aardig
beduidend
considerabel
fors
merkelijk
aanzienlijk
flink
groot
hoog
belangrijk
knap
gevoelig
behoorlijk
heel {bn.}
beduidend
considerabel
fors
merkelijk
aanzienlijk
flink
groot
hoog
belangrijk
knap
gevoelig
behoorlijk
heel {bn.}
apparent, kennelijk, klaarblijkelijk, merkelijk {bn.}
apparent
kennelijk
klaarblijkelijk
merkelijk {bn.}
kennelijk
klaarblijkelijk
merkelijk {bn.}