Vertaling van belezen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
belezen {ww.}
belezen {ww.}
ik belees
jij beleest
hij/zij/het beleest
ik belees
jij beleest
hij/zij/het beleest
» meer vervoegingen van belezen
belezen {bn.}
belezen {bn.}
bewegen, overhalen, doen besluiten, belezen {ww.}
bewegen
overhalen
doen besluiten
belezen {ww.}
overhalen
doen besluiten
belezen {ww.}
ik belees
jij beleest
hij/zij/het beleest
ik beweeg
jij beweegt
hij/zij/het beweegt
» meer vervoegingen van bewegen
Ze kan hem niet overhalen om voor haar een nieuwe auto te kopen.
Ze kan hem niet overhalen om voor haar een nieuwe auto te kopen.
Voelde je de aarde bewegen?
Voelde je de aarde bewegen?
belezen, geletterd {bn.}
belezen
geletterd {bn.}
geletterd {bn.}