Vertaling van bewust

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
bewust, welbewust {bn.}
bewust
welbewust {bn.}
bewust {bn.}
bewust {bn.}
betrokken, bewust, desbetreffend, in kwestie {bn.}
betrokken
bewust
desbetreffend
in kwestie {bn.}
betreffende, bedoelde, bewuste, desbetreffend, desbetreffende, bewust, betreffend {bn.}
betreffende
bedoelde
bewuste
desbetreffend
desbetreffende
bewust
betreffend {bn.}
bezonnen, welbewust, weloverwogen, bewust {bn.}
bezonnen
welbewust
weloverwogen
bewust {bn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Hij is zich van het gevaar bewust.

Hij is zich van het gevaar bewust.

Ze is zich niet bewust van haar schoonheid.

Ze is zich niet bewust van haar schoonheid.

Wie zich bewust is van de waarheid, lacht om de leugens van het gerucht

Wie zich bewust is van de waarheid, lacht om de leugens van het gerucht

Ongetwijfeld was men zich terdege bewust van lokale weerstand en financiële tekorten.

Ongetwijfeld was men zich terdege bewust van lokale weerstand en financiële tekorten.

Laten we ons wel bewust zijn van het belang van deze dag, want vandaag kwamen binnen de gastvrije muren van Boulogne-sur-Mer geen Fransen samen met Engelsen, geen Russen met Polen, maar mensen met mensen.

Laten we ons wel bewust zijn van het belang van deze dag, want vandaag kwamen binnen de gastvrije muren van Boulogne-sur-Mer geen Fransen samen met Engelsen, geen Russen met Polen, maar mensen met mensen.

Laten we ons wel bewust zijn van het belang van deze dag, want vandaag kwamen binnen de gastvrije muren van Boulogne-sur-Mer geen Fransen samen met Engelsen, geen Russen met Polen, maar mensen met mensen.

Laten we ons wel bewust zijn van het belang van deze dag, want vandaag kwamen binnen de gastvrije muren van Boulogne-sur-Mer geen Fransen samen met Engelsen, geen Russen met Polen, maar mensen met mensen.