Vertaling van binnenkort

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
binnenkort, eerlang, eerdaags, eerstdaags, straks, strakjes {bw.}
binnenkort
eerlang
eerdaags
eerstdaags
straks
strakjes {bw.}
binnenkort, binnen afzienbare tijd, in de nabije toekomst {bw.}
binnenkort
binnen afzienbare tijd
in de nabije toekomst {bw.}
alras, dra, gauw, haast, spoedig, weldra, welhaast, binnenkort {bw.}
alras
dra
gauw
haast
spoedig
weldra
welhaast
binnenkort {bw.}
binnenkort, eerstdaags {bw.}
binnenkort
eerstdaags {bw.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Hij wordt binnenkort vader.

Hij wordt binnenkort vader.

Ik moet mijn haar binnenkort laten knippen.

Ik moet mijn haar binnenkort laten knippen.

Je zal binnenkort gewend zijn aan Japans voedsel.

Je zal binnenkort gewend zijn aan Japans voedsel.

We moeten een tankstation vinden omdat deze auto binnenkort geen benzine meer zal hebben.

We moeten een tankstation vinden omdat deze auto binnenkort geen benzine meer zal hebben.

We zullen binnenkort in staat zijn om jou in de gevangenis te plaatsen.

We zullen binnenkort in staat zijn om jou in de gevangenis te plaatsen.

We zullen binnenkort in staat zijn om jou in de gevangenis te plaatsen.

We zullen binnenkort in staat zijn om jou in de gevangenis te plaatsen.

Ik zag een artikel op de Tatoebablog over een nieuwe versie die binnenkort uitkomt, hebben jullie het gelezen?

Ik zag een artikel op de Tatoebablog over een nieuwe versie die binnenkort uitkomt, hebben jullie het gelezen?

Als deze organisatie zo blijft zal het binnenkort bankroet gaan. Haar herstel is zo moeilijk als van paard wisselen terwijl je een beek oversteekt.

Als deze organisatie zo blijft zal het binnenkort bankroet gaan. Haar herstel is zo moeilijk als van paard wisselen terwijl je een beek oversteekt.


Gerelateerd aan binnenkort

eerlang - eerdaags - eerstdaags - straks - strakjes - binnen afzienbare tijd - in de nabije toekomst - alras - dra - gauw - haast - spoedig - weldra - welhaastspoedig