Vertaling van spoedig
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
spoedig {bn.}
spoedig {bn.}
gauw, gezwind, haastig, snel, spoedig, vlug {bn.}
gauw
gezwind
haastig
snel
spoedig
vlug {bn.}
gezwind
haastig
snel
spoedig
vlug {bn.}
spoedig {bw.}
spoedig {bw.}
alras, dra, gauw, haast, spoedig, weldra, welhaast, binnenkort {bw.}
alras
dra
gauw
haast
spoedig
weldra
welhaast
binnenkort {bw.}
dra
gauw
haast
spoedig
weldra
welhaast
binnenkort {bw.}
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Je zal spoedig genezen.
Je zal spoedig genezen.
Ik berichtte hem door middel van een sms dat hij zo spoedig mogelijk zijn werk moest staken.
Ik berichtte hem door middel van een sms dat hij zo spoedig mogelijk zijn werk moest staken.
Ik berichtte hem door middel van een sms dat hij zo spoedig mogelijk zijn werk moest staken.
Ik berichtte hem door middel van een sms dat hij zo spoedig mogelijk zijn werk moest staken.