Vertaling van vlug
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
gauw, gezwind, haastig, snel, spoedig, vlug {bn.}
gauw
gezwind
haastig
snel
spoedig
vlug {bn.}
gezwind
haastig
snel
spoedig
vlug {bn.}
gauw, hard, in allerijl, schielijk, snel, vlug {bw.}
gauw
hard
in allerijl
schielijk
snel
vlug {bw.}
hard
in allerijl
schielijk
snel
vlug {bw.}
snel, vlug {bn.}
snel
vlug {bn.}
vlug {bn.}
fluks, gezwind, rad, rap, ras, snel, vlug {bn.}
fluks
gezwind
rad
rap
ras
snel
vlug {bn.}
gezwind
rad
rap
ras
snel
vlug {bn.}
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Niet zo vlug, jonge vriend.
Niet zo vlug, jonge vriend.
Het zal vlug dag worden.
Het zal vlug dag worden.
Zij ging vlug de trap op.
Zij ging vlug de trap op.
Ik heb het zo vlug mogelijk nodig.
Ik heb het zo vlug mogelijk nodig.
Ondanks de taalproblemen werden we al vlug vrienden.
Ondanks de taalproblemen werden we al vlug vrienden.
Ik wens dat ge de kamer vlug in orde brengt.
Ik wens dat ge de kamer vlug in orde brengt.
Ik wil dat het werk vlug gedaan is.
Ik wil dat het werk vlug gedaan is.
De patiënt zal vlug herstellen van zijn ziekte.
De patiënt zal vlug herstellen van zijn ziekte.
De tijd zal wel vlug genoeg voorbij gaan als ge iets leest.
De tijd zal wel vlug genoeg voorbij gaan als ge iets leest.