Vertaling van bondgenoot
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
bondgenoot , geallieerde {zn.}
bondgenoot
geallieerde {zn.}
geallieerde {zn.}
Duitsland was ooit een bondgenoot van Italië.
Duitsland was ooit een bondgenoot van Italië.
bondgenoot {zn.}
bondgenoot {zn.}
vriend, bondgenoot , medestander {zn.}
vriend
bondgenoot
medestander {zn.}
bondgenoot
medestander {zn.}
Hij is haar vriend.
Hij is haar vriend.
Hij is mijn vriend.
Hij is mijn vriend.