Vertaling van cureren
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
behandelen, cureren {ww.}
behandelen
cureren {ww.}
cureren {ww.}
ik behandel
jij behandelt
hij/zij/het behandelt
ik behandel
jij behandelt
hij/zij/het behandelt
» meer vervoegingen van behandelen
Een aangetaste tand/kies behandelen.
Een aangetaste tand/kies behandelen.
Laten we het tweede probleem behandelen, goed?
Laten we het tweede probleem behandelen, goed?
genezen, helen, remediëren, cureren {ww.}
genezen
helen
remediëren
cureren {ww.}
helen
remediëren
cureren {ww.}
ik cureer
jij cureert
hij/zij/het cureert
ik genees
jij geneest
hij/zij/het geneest
» meer vervoegingen van genezen
Helen is zeventien jaar oud.
Helen is zeventien jaar oud.
Je zal spoedig genezen.
Je zal spoedig genezen.